De oprichting

 

1976/77

Onder impuls van dr.Kulakowski, neuropediater, bezoeken professionele medewerkers van het centrum “La famille” uit Brussel (in 1977) en van “De Bijtjes” uit Vlezenbeek (actueel “Revalidatieziekenhuis Inkendaal”) het Petö Instituut te Boedapest, waarna zij trachten hun eerste ideeën van conductieve pedagogie toe te passen in hun respectievelijke instellingen.

Na deze eerste kennismaking is het vooral in het centrum “La famille” en in de daaraan verbonden school dat de “conductieve gedachte” vorm krijgt. Om deze reden blijft “La famille” tot op heden een pioniersrol spelen omtrent conductieve pedagogie.

 

April 1981

“La famille” organiseert in La Hulpe een internationaal colloquium over wat men ondertussen de Petö-methode is gaan noemen. Onder de deelnemers zijn onder meer Dr. Maria Hari, directeur van het Petö-instituut, en Ester Cotton, een Britse kinesitherapeute (zij heeft nog gewerkt onder Berta Bobath) die eenmaal overtuigd van Conductieve Pedagogie, in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de verspreiding ervan buiten Boedapest.

 

Vanaf 1982 ….

…tot heden worden er jaarlijks initiatiesessies georganiseerd over conductieve pedagogie. Deze sessies duren een week en werden aanvankelijk geleid door Ester Cotton (3 jaar), nadien doorYves Bawin, kinesitherapeut en psycholoog van “La famille” en eveneens geschoold in de Bobath-methode.

 

Ester Cotton…

…blijft ondertussen “la famille” regelmatig bezoeken voor de supervisie van de teams ter plaatse: de ervaring gaat vanaf een groep kleuters tot een groep lager onderwijs. Stap na stap zal heel de instelling (school en centrum) progressief werken op basis van het conductieve model, en wordt de conductieve pedagogie het gemeenschappelijk project van de instelling.

 

April 1988:

Het centrum “La famille” presenteert in Brussel zijn eerste realisaties in de conductieve pedagogie aan de hand van een studiedag met als thema: “een geïntegreerd therapeutisch educatiemodel” waarvan een verslag wordt gepubliceerd in ‘la Revue des Séminaires Belges de Réadaptation’ (Fasc.2/1988)

 

De verdere verspreiding

 

We zien vervolgens een verspreiding van het model in andere instellingen, zoals het Centre Cothan de Gosselies.

 

Creatie van een “Groupe ENI-Petö” (“ENI”: Education Neurologique Intégrée, een concept geïntroduceerd door Dr. Kulakowski). Deze associatie groepeert diverse professionelen en vertegenwoordigers van Belgische Franstalige instellingen, die geïnteresseerd zijn om na te denken over de doelstellingen van conductieve pedagogie, zijn toepassingsgebied, en de modaliteiten ter toepassing van conductieve in bestaande instellingen of in bestaande vrije groepspraktijken.

Enkele jaren later wordt er op de Vlaamse televisie een film uitgezonden van de BBC, “Standing up for Joe” over het verblijf van een Britse jongen met cerebrale parese  in het Petö-instituut in Budapest. Onder impuls van een aantal ouders, waaronder Dr. Jo Lybeer en orthopedagogeLisette Van Helmont mobiliseren Nederlandstalige families zich en  wordt een fonds opgericht om Hongaarse Conductoren aan te werven met als doel het organiseren van ‘kampen’ conductieve pedagogie voor hun kinderen. Dit is onder meer het geval voor “Stap voor stap” in Leuven.

 

Ook in de Duitstalige regio groeperen zich een aantal ouders. Zij ondersteunen de inspanningen van l’école spécialisée d’Eupen (l’IDGS) bij het gedeeltelijk invoeren van de conductieve pedagogie.

 

Langs Franstalige kant ontstaat interesse voor conductieve educatie bij de “association de parents et professionnels autour des personnes polyhandicapées” (AP3) na een bezoek aan het centrum in Nottingham.

 

Een school van de Franstalige Gemeenschap in Marloie (l’IESPCF) engageert zich op originele wijze eveneens in dit proces.

 

De conductieve pedagogie breidt dus onder verschillende vormen progressief uit.

 

 

Oprichting van ABPC-BVCP

 

In 1992… stelt Dr. ML Leclercq voor al deze ervaringen samen te brengen. De hogervermelde Groupe ENI-Petö stopt. Zij stelt voor een nieuwe associatie op te richten op Belgisch niveau: “l’ABPC, Association Belge de Pédagogie Conductive” waarvan zij voorzitter wordt. Deze associatie bundelt dus al wat ‘beweegt’ op het vlak van Conductieve Educatie.

 

Vervolgens ziet het “Plateforme régionale France-Belgique” voor conductieve pedagogie het daglicht: deze hergroepeert de ABPC en drie Franse verenigingen, de Association Française de Pédagogie Conductive (AFPC), en twee ouderverenigingen (Afpec en Noémi). Samen organiseren zij in januari 2003 een symposium in het Unesco te Parijs: “l’Education Conductive de Petö et l’IMOC: des Fondements aux Applications”.

 

 

De opleiding, een hele geschiedenis….

 

Naar aanleiding van aanbevelingen na een onderzoek, geleid door professor Michel Bonamivan de UCL over het opstarten van conductieve pedagogie, rijzen vragen over de officialisatie en standaardisatie van de opleiding (cfr publicaties).

 

1995-1996

Opstarten van een opleiding conductieve pedagogie in het Hoger Onderwijs Sociale Promotie van de Franstalige Gemeenschap in België: het betreft een cyclus van 2 jaar (4 modules van 3 weken). De vorming wordt verzekerd door Belgische professionelen en specialisten in samenwerking met Hongaarse conductoren. Elf van de 13 kandidaten behalen het officiële diploma. Gezien een gebrek aan kandidaten voor de tweede editie van deze opleiding wordt deze geannuleerd.

 

In 1998 behaalt Yves Bawin een officiële licentie van practicus in de conductieve pedagogie, gecertifieerd door het Petö-instituut te Boedapest, nadat hij in 1995 reeds erkend werd als ere-conductor voor zijn inspanningen voor de verspreiding van conductieve pedagogie.

 

2004-…

In Brussel wordt het vormingscentrum Gespecialiseerde en Geïntegreerde Educatie “Le Fil Conducteur” opgericht. Het betreft een onafhankelijke vzw die een jaarlijks een opleidingsprogramma voorstelt binnen het domein van conductieve pedagogie.

 

In 2007 ontstaat een samenwerking tussen le Centre de Recherche et d’Etudes Appliquées (CREA) van de vrije hogeschool Brussel Ilya Prigonine, l’ABPC en de ‘le Fil Conducteur’ die leidt tot de organisatie van een Vorming Basismodule conductieve pedagogie: deze stelt een programma voor op 3 niveaus, gevalideerd door examens en een eindwerk. Het programma omvat 280 uren theorie en 210 uren gesuperviseerde praktijk.